Restauratie
Door een voorwerp te restaureren
worden (ondanks de onomkeerbare effecten van veroudering) de 'leesbaarheid' en
oorspronkelijke functie verduidelijkt.
Het ingrijpen in het object gaat
vaak gepaard met het weghalen van bij eerdere ‘restauraties’ toegevoegde
materialen die het beeld verstoren. Ook worden nieuwe materialen toegevoegd,
bijvoorbeeld om oude schades te verhullen.
Restauratie heeft doorgaans
esthetische implicaties.
- verwijderen van
vergeelde toplagen zoals vernissen, was, etc.
- verwijderen van
oude verkleurde overschilderingen en retouches
- totaal of
gedeeltelijk aanvullen van ontbrekende delen
- vullen en
retoucheren van lacunes in verflagen
- aanbrengen van
slotlagen zoals vernissen
Actieve conservering
Dit betreft handelingen aan het
object met het doel verder verval of schade te voorkomen. Hiermee worden alle
handelingen aangegeven die erop gericht zijn de bewaaromstandigheden van
kunstvoorwerpen te optimaliseren.
De restaurator heeft o.a. te maken
met:
- verwijderen van vuil,
schimmel e.d.
- vastzetten van
loslatende onderdelen of afbladderende verf
- verwijderen van slecht
functionerende steunconstructies
- aanbrengen van nieuwe
steunconstructies
- verbetering van
inlijstingen en ophangsystemen
Passieve conservering
- de controle en
beheersing van temperatuur, licht en vochtigheid
- de filtering van
verontreinigde lucht
- brand en
inbraakpreventie
- de ontwikkeling van
een calamiteitenplan
- het correct verpakken
van kunst en begeleiden van kunsttransporten
- voorlichting aan
eenieder die kunstvoorwerpen hanteert